Fries slaolieblik uit Franeker icoon in Chin.-Ind. Restaurants

Gepubliceerd op 25 november 2019

Een Fries bedrijf is de hoofdsponsor van een nog te maken documentaire over de Chinees-Indonesische eetcultuur. Levo in Franeker. De relatie is oud, diep en loopt via slaolie.

‚Wij zijn meer dan babi pangang‘ is de titel van de documentaire die Julie Ng volgend jaar wil maken. Ng groeide op in het Chin.- Ind. Restaurant van haar vader in St. Oedenrode. Haar jeugdige schaamte sloeg op volwassen leeftijd om in nieuwsgierigheid. Wat was eigenlijk het verhaal achter de Chin.-Ind. Restaurants die in de jaren zeventig overal opdoken? Die Nederlanders uit hun eigen keukens lokten? Die tot in de verste uithoeken succesvol waren, maar toch niet voor vol werden aangezien? Wat gebeurde er achter al die afhaalluiken? Daar gaat haar film over, 70 tot 90 minuten lang.

,,We hebben het budget bijna rond’’, meldt de documentairemaakster. De crowdfundingsactie op internet is meer dan succesvol en vorige week nog bracht een benefietdiner in Amsterdam een smak geld op. Maar de hoofdsponsor komt uit Friesland. Levo in Franeker (Langs Eigen Voortvarendheid Om- hoog), leverancier van oliën, margarines en sauzen. ,,Dat komt door de vierkante slaolieblikken van Levo. Je ziet ze in alle Aziatische keukens. Ze zijn gewoon niet weg te denken’’, verklaart Ng. Generaties Chinese Nederlanders groeiden op met de aantrekkelijke beeltenis van Gwendoli Tchai, een jonge vrouw in een rode jurk die een wokpan vasthoudt. Zij siert de blikken sinds de jaren zeventig. Toen Levo eens de foto van Tchai liet vervangen door bloemen daalde de verkoop. Subiet keerde ze terug op het blik. ,,We werken al veertig jaar prettig en succesvol samen met Aziatische horeca ondernemers’’, zegt Simon Rollingswier van Levo. ,,In principe is elk van hen opgeroeid met het blik.’’

Zo iconisch is het slaolieblik van Levo, dat Museum Rotterdam een exemplaar tentoonstelt. ,,Het is een blik met een kussentje waar de kinderen op zaten. Als klein meisje zat ik ook wel op zo’n blik.’’ De aandacht voor Levo in Rotterdam is niet toevallig. De havenstad heeft een lange geschiedenis met de Chinezen. Belangrijk is het jaar 1911, toen plaatselijke reders de staking van Nederlandse zeelieden wilden breken door Chinese zeelieden in te vliegen. Na twee jaar waren het er meer dan vierhonderd. Er ontstond een gemeenschap in de wijk Katendrecht die later uitzwermde over het land.

De Chinezen bleken meesters in de aanpassing en dat vind je terug in hun gerechten. Ze mengden Chinese, Indonesische en Nederlandse invloeden tot iets wat Hollanders op hun bord accepteerden. Kroepoek, loempia’s, saté, tjaptjoi, en bami goreng begonnen aan een opmars, evenals het fenomeen babi pangang. Geroosterd varkensvlees, meestal geserveerd met een bak nasi. Een beetje pittig, maar vooral niet te.

Rollingswier en Ng praten niet over de hoogte van de sponsoring. Duidelijk is wel dat Levo er iets voor terugkrijgt. ,,Een rol in de documentaire. We gaan filmen in de fabriek. Ik vind het logisch en ook leuk om te laten zien dat de olie uit Friesland kwam. Het is symbolisch voor de culturele diversiteit.‘’

Het Chin.-Ind. Restaurant is op terugtocht. Jongere generaties willen de zaken niet overnemen, het is moeilijk om koks te vinden en de concurrentie van andere restaurants, afhaalzaken en thuisbezorgers is groot. Ook de consument heeft bijgeleerd: die weet tegenwoordig wat écht Chinees en écht In- donesisch is.

Het deert de afzet van de Levo’s slaolie niet. De opkomende all-you-can-eat-restaurants, sushi- en wok-to-go’s en Japanse, Thaise en Koreaanse restaurants kennen Levo allemaal. De documentaire van Julie Ng komt volgend jaar uit.

Bron: LC.nl